De Wmo-uitdaging van morgen: mobiliteit én vitaliteit behouden
Share
Door Petra van der See, ergotherapeut, en Ron Prins, geriatriefysiotherapeut
De samenleving vergrijst en steeds meer mensen wonen langer zelfstandig thuis. Daarmee verandert ook de vraag aan Wmo-consulenten. Het gaat niet alleen meer om het verstrekken van een passende mobiliteitsvoorziening, maar om de vraag hoe iemand zo lang mogelijk zelfstandig, gezond en maatschappelijk actief kan blijven.
In onze dagelijkse praktijk als ergotherapeut en geriatriefysiotherapeut zien we dat mobiliteit veel meer is dan de mogelijkheid om van A naar B te komen. Mobiliteit bepaalt of iemand familie blijft bezoeken, boodschappen kan doen, vrijwilligerswerk blijft uitvoeren of eenvoudig een wandeling door de buurt kan maken. Maar minstens zo belangrijk is hoe iemand zich verplaatst. Want juist dat heeft invloed op de vitaliteit.
Een herkenbare situatie
Stel u een vrouw van 78 jaar voor. Ze woont zelfstandig, loopt binnenshuis nog goed en gebruikt buiten een rollator. Ze wil graag blijven bewegen en weet dat dit belangrijk is voor haar conditie en zelfstandigheid.
Toch merkt ze dat haar wereld langzaam kleiner wordt. Het winkelcentrum is net iets te ver, een bezoek aan haar dochter kost te veel energie en een wandeling door het park slaat ze steeds vaker over. Niet omdat ze niet wil, maar omdat ze bang is dat ze de terugweg niet meer haalt. Ze kan tussendoor wel even zitten op haar rollator, maar de afstand wordt te groot gezien haar energie.
Een scootmobiel zou haar wereld direct weer vergroten. Maar tegelijkertijd weet ze dat ze daardoor veel minder zal lopen. Juist die dagelijkse beweging helpt haar om spierkracht, conditie en balans te behouden.
Dit is geen uitzonderlijke situatie. Het is een afweging die veel professionals in het sociaal domein zullen herkennen.
Mobiliteit en vitaliteit zijn geen synoniemen
Rollators, scootmobielen en (elektrische) rolstoelen zijn bekende voorzieningen. Iedere voorziening heeft zijn eigen waarde.
Een rollator stimuleert mensen om te blijven lopen. Dat is essentieel. Dagelijkse beweging helpt om spierkracht, uithoudingsvermogen, evenwicht en zelfvertrouwen zo lang mogelijk te behouden. Voor veel ouderen is blijven lopen één van de belangrijkste voorwaarden om zelfstandig te blijven functioneren.
Tegelijkertijd heeft een rollator een beperkte actieradius. Wanneer afstanden groter worden of vermoeidheid toeneemt, zien we dat mensen activiteiten gaan vermijden. De sociale kring wordt kleiner en de kans op eenzaamheid neemt toe.
Een scootmobiel of elektrische rolstoel doet precies het tegenovergestelde. Deze voorzieningen vergroten de actieradius enorm en maken maatschappelijke participatie weer mogelijk. Mensen kunnen zelfstandig op pad en krijgen hun vrijheid terug.
Maar diezelfde voorzieningen vervangen het lopen vrijwel volledig. Daarmee verdwijnt ook een belangrijk deel van de dagelijkse beweging.
Het is daarom niet zo dat de ene voorziening beter is dan de andere. Ze lossen ieder een ander probleem op.
Een andere manier van kijken naar mobiliteit
Misschien is het tijd om mobiliteit niet langer uitsluitend te zien als een vervoersvraagstuk.
Vanuit onze vakgebieden kijken we steeds vaker naar de combinatie van mobiliteit én vitaliteit. Niet alleen: “Kan iemand ergens komen?”, maar ook: “Helpt de gekozen oplossing iemand om lichamelijk actief te blijven?”
Die vraag sluit aan bij de uitgangspunten van de Wmo: het ondersteunen van zelfredzaamheid, het bevorderen van participatie en het zo lang mogelijk behouden van eigen regie.
Wanneer een mobiliteitsvoorziening iemand wel verder brengt, maar tegelijkertijd leidt tot minder beweging, is het de vraag of alle doelen van de ondersteuning worden bereikt.
Innovatie biedt nieuwe mogelijkheden
Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om anders naar mobiliteit te kijken.
Er ontstaan hulpmiddelen waarbij mensen kunnen blijven lopen wanneer dat mogelijk is en elektrische ondersteuning kunnen gebruiken wanneer de afstand, vermoeidheid of belastbaarheid daarom vraagt. Hierdoor hoeft bewegen niet langer ten koste te gaan van mobiliteit, en mobiliteit niet ten koste van bewegen.
Een voorbeeld hiervan is de Rolmo. Deze combineert de functies van een elektrische rollator en een elektrische rolstoel, waardoor gebruikers afhankelijk van de situatie kunnen kiezen tussen lopen of elektrisch rijden.
Dat maakt de Rolmo niet automatisch de beste oplossing. Zoals iedere voorziening is ook dit hulpmiddel alleen passend wanneer het aansluit bij de persoonlijke situatie en doelen van de cliënt.
Wel laat deze ontwikkeling zien dat er inmiddels meer mogelijkheden zijn dan de traditionele indeling in rollator, scootmobiel of (elektrische) rolstoel.
Een bredere blik bij indiceren
Voor Wmo-consulenten betekent dit vooral dat er een nieuwe afweging mogelijk wordt. Niet alleen: “Welke voorziening compenseert de beperking?” Maar ook: “Welke voorziening ondersteunt zowel mobiliteit als het behoud van vitaliteit?”
Juist nu gezondheid, preventie en positieve gezondheid een steeds grotere rol spelen binnen het sociaal domein, is dat een relevante vraag.
De Wmo van morgen
Als behandelaars geloven wij dat de toekomst van mobiliteit niet alleen draait om verder kunnen komen, maar ook om actief te blijven.
De uitdaging voor de Wmo is daarom niet alleen het bieden van passende voorzieningen, maar ook het stimuleren van oplossingen die mensen helpen om hun wereld groter te maken, zónder dat zij de dagelijkse beweging verliezen die juist zo belangrijk is voor hun gezondheid en zelfstandigheid.
Nieuwe mobiliteitsconcepten, waarin mobiliteit en vitaliteit samenkomen, verdienen daarom een plek in het gesprek tussen cliënt, behandelaar en Wmo-consulent. Niet omdat bestaande voorzieningen tekortschieten, maar omdat de mogelijkheden om maatwerk te bieden zich blijven ontwikkelen.
Een goede indicatie begint immers niet bij een product, maar bij de vraag hoe iemand zo lang mogelijk zelfstandig, vitaal en volwaardig kan blijven deelnemen aan de samenleving.